Ruimte en tijd om te leren

board-784355_1280Een leerproces heeft in principe vier fases.

Allereerst ben je onbewust onbekwaam. Je weet nog niet wat je niet weet of kunt. Als je een klein kind bent dan weet je nog niet dat je niet kunt autorijden. Je hebt nog niet geleerd dat je dat later kunt leren als je 18 bent (of 16 inmiddels?!). Je mist er niets aan en het houdt je niet bezig.

Als je ouder wordt dan merk je op dat je oudere broer of zus een rijbewijs haalt en dat jij dat straks ook mag gaan doen als je de juiste leeftijd bereikt. Je weet dat je iets niet kunt en daarmee ben je bewust onbekwaam. Dit is de fase waarin je de keuze maakt om wel of geen lessen te nemen en je rijbewijs te halen. Dit is ook de fase van de eerste lessen waarbij je erg aanloopt tegen dat wat je nog niet kunt. Dit is de vervelendste fase omdat je wel weet of ziet hoe het moet maar het je zelf nog niet lukt.

Na oefening leer je vervolgens de auto beheersen, je krijgt meer inzicht in het verkeer en je hebt het spiegelkijken onder controle. Je mag examen doen en je haalt je rijbewijs. Je mag nu zelf een auto besturen en voelt je natuurlijk geweldig! Toch moet je nog erg opletten wat je doet en in de andere auto(‘s) waarin je gaat rijden moet je eerst weer flink wennen en je hoofd erbij houden. Je bent nu bewust bekwaam.

Als je dan een jaar later op je kilometerteller kijkt en ziet dat die toch best al veel verder staat kun je vast concluderen dat het autorijden al veel gemakkelijker is. Je hoeft niet meer bij elke handeling na te denken, het schakelen gaat vanzelf en je vaste routes zitten al helemaal in je systeem.
Je bent onbewust bekwaam geworden.

Wanneer je deze fase hebt bereikt kun je ook best weer eens even teruggeworpen worden als je bijvoorbeeld een slipcursus gaat doen. Je moet je dan eerst weer bewust bekwamen tot je de nieuwe techniek onder de knie hebt.

Met name de tweede fase van dit leerproces, het bewust onbekwaam zijn, is een erg vervelende  tijd. Je weet of ziet hoe het moet maar je kunt het nog niet. Hier is het belangrijk om te oefenen. De vraag is: gun jij jezelf het oefenen? Of moet jij alles in één keer kunnen?

Een mooi voorbeeld hiervan is hoe kinderen leren pakken, kruipen, lopen etc.. Als ze bij de eerste tegenslag op zouden geven dan zouden ze nooit iets leren. Een kind gaat door, net zolang tot het lukt. Je hebt dus al bewezen dat je kunt oefenen (je kunt toch lopen en praten?), gun jezelf dat ook nu je volwassen bent!

Door dit leerproces te kennen en te herkennen wordt het vaak al wat gemakkelijker om jezelf de ruimte te geven. Door te erkennen dat er een fase is waarin het best moeilijk is, maak je het jezelf al gemakkelijker en geef je jezelf de ruimte om te leren. Daardoor kun je milder zijn voor jezelf.

Veel leerplezier!

In zeven stappen naar succesvolle goede voornemens

Maak jij voor een nieuw jaar ook altijd goede voornemens? En? Slagen die? In heel veel gevallen doe je in de eerste week heel erg je best, in de tweede week komen er al scheurtjes in je nobele streven en soms al na drie weken geef je het op. Het lukt niet.

De klassieke voornemens  als: ‘ik wil stoppen met roken’ of ‘ik wil afvallen’ mislukken aantoonbaar in de meeste gevallen. Hoe komt dit? Er zijn meerdere factoren die je goede voornemens substantieel meer kans van slagen geven. Je vindt ze hier in zeven stappen.

Stap 1: Allereerst is het belangrijk dat je je doel op een krachtige manier formuleert. Doe dit door je doel positief te formuleren. Bijvoorbeeld ‘ik ben gezond en heb een goede conditie’ in plaats van ‘ik wil stoppen met roken’ of ‘ik wil meer sporten’. Je legt dan de focus op wat je wèl wilt en dat wat aandacht krijgt groeit. Ook werken onze hersenen zo dat het woordje ‘niet’ in de opslag overgeslagen wordt. Oftewel, als je ‘niet meer wilt snoepen’ onthouden je hersenen dat je ‘meer wilt snoepen’. Vandaar dat een goede formulering al een heel krachtig instrument is om een succes te maken van je voornemen!

Stap 2: Je doel wordt nog krachtiger als je het ook SMART maakt. Maak je doel Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Zorg er dus voor dat je duidelijk, specifiek aangeeft wat je wilt. In plaats van ‘ik wil afvallen’ formuleer je ‘ik ben 70 kilogram’. Meetbaar maak je je doel door aan te geven wanneer je je doel (of eerste kleine stapjes) bereikt wilt hebben, door een frequentie aan te geven of bijvoorbeeld heel specifiek inplannen. Je kunt dan meten of je het gehaald hebt en dat maakt het gemakkelijker. Maak het doel ook acceptabel. Zorg ervoor dat je je doel zo formuleert dat ook je omgeving ermee akkoord kan gaan en het haalbaar is. Je kunt wel een fitnessruimte willen inrichten in je huis om meer conditie op te doen, maar als je klein woont en alle kamers in je huis bezet zijn met kinderen gaat waarschijnlijk niet lukken. Laat je doel realistisch zijn en verwacht niet van jezelf dat je bergen kunt verzetten. Je stelt jezelf dan alleen maar teleur en raakt de motivatie al snel kwijt. Maak je doel ook tijdgebonden en splits je doel zo nodig op in kleine stapjes (hierover verderop meer) zodat je kunt zien of je je doel wel of niet gehaald hebt.

Stap 3: Als je een positief en SMART doel hebt, kun je kijken wat je nodig hebt om je doel te realiseren. Wat heb jij nodig om meer te gaan sporten, minder te gaan werken of stoppen met roken? Misschien vraag je iemand om je er aan te herinneren of heb je een maatje om het samen mee te doen. Je kunt elkaar dan scherp houden.

Stap 4: Als je met iets wilt stoppen, doe er dat iets voor in de plaats. Bij stoppen met roken kan het helpen om in plaats van te roken kauwgom te kauwen of een e-sigaret te nemen. Je doet dan nog steeds wel iets op de momenten dat je anders je ongewenste gewoonte zou doen en dat zorgt voor meer controle. Als je namelijk iets niet meer wilt, krijg je een leegte. Leegtes hebben de neiging zich op te gaan vullen met iets dat je niet wilt.

Stap 5: Nu je al goed over je doel nagedacht hebt en allerlei aspecten bekeken hebt, kun je kijken wat je al doet van je doel en welk eerstvolgende kleine stapje je kunt ondernemen.  Een doel kan heel groot lijken en daardoor onhaalbaar worden, maar als je het opdeelt in kleine stapjes maak je het jezelf een stuk gemakkelijker. Vaak ben je zelfs al begonnen en kijk dus ook eerst naar wat je al doet om je doel te halen.

Stap 6: Succesvolle sporters visualiseren hun wedstrijd of oefening en het applaus en de punten daarna. Het helpt je contact te maken met je gevoel hoe het zou zijn als. Doe in je gedachten zo vaak mogelijk alsof het al zo is en zie, ruik, voel proef en hoor hoe fijn dat is. Je krijgt er direct een goed gevoel van en het houdt je gemotiveerd om door te gaan!

Stap 7: Tot slot zorg je ervoor dat je niet stopt bij de eerste tegenslag. Terugval hoort erbij! Je kunt het beter bekijken als dat je het ‘even vergeten was’ in plaats van dat je hele doel mislukt is. Wellicht kun je iemand je supporter maken en hem of haar vragen je er aan te herinneren als je het even vergeten bent. Spreek daarvoor af wat diegene dan doet. Ook kun je zelf symptomen opschrijven die je bewust maken dat je van je doel afwijkt en dat je je weer om wilt draaien naar je eerstvolgende kleine stap.

En als je je doel behaald hebt?! Da plan je een feestje! Dat kan natuurlijk van alles zijn. Kijk vast waar je jezelf mee gaat belonen!

Zo veel te leren!

Stel je voor; je gaat terug naar je tijd als baby. Wat kon jij toen allemaal? En toen je één jaar was?? En toen je vier was? Wat had je toen allemaal al geleerd? Je herinnert het je natuurlijk niet! En misschien weet je ook niet wat je toen allemaal geleerd hebt, maar neem van mij maar aan, heel veel!!

Een pasgeboren baby kan erg weinig. Aangeven dat het honger heeft, dat het zich vervelend voelt, aangeven dat het een boertje moet doen en nog een paar van dit soort basale zaken.

Na een aantal weken kunnen ze ook duidelijk al (oog)contact met je maken en komt ook het eerste lachje. Later leren ze zitten / kruipen en lopen.. etc. etc.

Een kind leert van nature, dat zit er in. Een kind wìl ook graag leren! Het herhaalt alles tientallen keren, net zolang tot het lukt. Een bewonderenswaardige eigenschap die stimulering verdient.

Veel kinderen hebben vandaag de dag ‘problemen’. Leerproblemen, problemen met boosheid, of gevoeligheid. En als je er zo naar kijkt, wordt het zwaar, erg zwaar. Want als je alleen kijkt naar het probleem maak je het groter en meer aanwezig en is het steeds moelijker om het af te leren.

Toch ligt daar eigenlijk ook direct de clou. Een kind heeft te leren. Je zou zelfs kunnen zeggen, een kind heeft geen probleem, het heeft iets alleen nog niet geleerd! Het heeft nog niet geleerd hoe het op een handige manier zijn boosheid kan uiten, of hoe de strategie van optellen en aftrekken bij de sommetjes gaat.

Een kind wil graag leren dus de uitdaging is dan om een manier te vinden waarop het wel lukt!

Hierbij komt ook weer het oplossingsgericht kijken om de hoek, en een heel belangrijke stelling is dan: ‘Als iets niet werkt, doe dan iets anders!’ Wat we vaak doen is meer van hetzelfde proberen. Als het lezen niet lukt gaan we met het kind zitten om het lezen te oefenen. Wanneer het dan niet beter gaat, gaan we in plaats van een half uur een heel uur extra lezen etc. Toch werkt dit waarschijnlijk niet. Wat wel werkt is bijvoorbeeld het kijken naar de leesstrategie van het kind! Hoe leest het de letters? Hoe vormt het de woorden? (en wellicht heb je daar wat begeleiding bij nodig.) Als je er dan achter komt dat het kind een bepaalde letter ‘overslaat’ of niet goed kan herkennen, kun je gericht aandacht geven aan die letters. En als die letters geleerd worden, zal het lezen ook gemakkelijker gaan!

Het kijken naar een kind met de blik dat het ‘iets gewoon nog niet heeft geleerd’ en ‘ontdekken wat er te leren valt’ maak je meteen al een opening! Een opening voor het kind om het op te pakken en te gaan leren. Je kunt dan samen met het kind ontdekken hoe het geleerd gaat worden en wat daarvoor nog nodig is. Hiermee kijk je buiten het ‘probleem’ en wordt je samen onderdeel van de oplossing!

In het artikel schrijf ik over kinderen omdat zij nog àlles te leren hebben. Toch hebben wij als volwassenen ook nog heel wat te leren en kunnen wij met succes dezelfde strategie toepassen als het om problemen gaat.

Veel succes met anders kijken! Ik ben benieuwd hoeveel ruimte het je geeft om tot een oplossing te komen!

Affirmaties

Wij zijn allemaal geboren met onze instincten en reflexen. Dat is heel handig, want zo weet je als baby al hoe je moet zuigen, zodat je melk kunt drinken. Ook zorgt het ervoor dat als je iets vastpakt wat te heet is, je hand wegtrekt en behoed je zo voor brandwonden.

Een andere eigenschap die wij vanzelf meekrijgen, is dat wij altijd op zoek zijn naar hoe het beter kan. Dat heeft ons lang in leven gehouden, want wij zijn slimmer dan de dieren die groter en gevaarlijker zijn dan wij. Daardoor hoeven we niet meer de hele dag op onze hoede te zijn. De ontwikkelingen zijn tegenwoordig natuurlijk al veel verder en we hebben steeds meer comfort en luxe waardoor we ons minder met de basisbehoeften bezig hoeven te houden. Eten koop je tegenwoordig gewoon in de supermarkt en water komt als vanzelf uit de kraan.

Toch is er bij de meesten van ons nog steeds dat verbeterende stemmetje actief. Meestal in een vorm waarbij je jezelf afkraakt. Een stemmetje dat vindt dat je het beter kunt en dus dat je het nu slecht doet. Dit kan om van  alles gaan. Van het koken van eten tot aan je studie of je werk. En als je dat stemmetje zijn gang laat gaan, en je zo nu en dan ook nog bevestiging krijgt uit je omgeving dat het stemmetje gelijk heeft, dan kun je een behoorlijk negatief beeld van jezelf krijgen.

Als je dit omdraait, is het natuurlijk ook zo dat als je positieve gedachten hebt, je een leuk beeld van jezelf krijgt. Wie wil dat nou niet?!?

Ik hoor je al denken, dat is makkelijk gezegd! En natuurlijk is het ook makkelijker gezegd dan gedaan. Je gedachtenpatronen heb je vaak al heel lang en wat al heel lang is ervaar je als veilig. Of het je nu helpt of juist niet, het is de bekende en dus veilige situatie.

Toch wil ik je uitdagen eens naar je gedachten te kijken en in ieder geval één positieve nieuwe gedachte toe te voegen! Een affirmatie. Een bekrachtiging van wat jij leuk/ mooi / positief vindt aan jezelf.

Wat belangrijk is aan de gedachte die je voor jezelf maakt, is dat hij positief geformuleerd is zonder ontkennende woorden: ‘ik ben een positieve vrouw/man’ in plaats van ‘ik ben niet negatief’.

Verder formuleer je de affirmatie alsof het al zo is:
‘ik hou van mezelf’ in plaats van  ‘ik wil van mezelf houden’

Een affirmatie herhaal je het liefst tientallen keren per dag voor jezelf. Vooral als je merkt dat je negatief denkt over jezelf, kun je deze positieve affirmatie er achteraan denken. Net wat vaker dan dat de negatieve gedachte door je hoofd ging. 
Let dus eens op wat je denkt over jezelf, ‘ik was te langzaam, ik heb het fout gedaan, ik ben een sukkel….’ Stop deze gedachten als je ze opmerkt deze gedachten en herhaal je affirmatie ‘ik ben goed zoals ik ben’.
Ook op momenten dat je even moet wachten of wanneer je bijvoorbeeld aan het sporten bent, kun je je positieve gedachte steeds herhalen.

Je zult merken dat je wereld door zo’n eenvoudige verandering een stuk zonniger wordt!
Veel plezier met je positieve gedachte!

Mocht je niet zo goed weten welke gedachte bij jou zou passen? Je kunt je vraag aan me voorleggen tijdens een volgende behandeling en dan kunnen we eens kijken wat er bij je past.

Verder is dit een zeer inspirerend boek over dit onderwerp!